Tijd voor politieke reformatie

Het blijft voor mij toch altijd weer een raadsel, waarom de christelijke partijen – juist in roerige tijden als deze - hun krachten niet bundelen om daarmee hun onderlinge verbondenheid te tonen. Zeker na de verkiezingsuitslag van vandaag: CDA stelt (zichzelf) teleur met 15 zetels, CU slechts 5 en SGP 3. De argumenten om niet te fuseren zijn vaak om een ‘unieke’ stem in Den Haag te laten horen over belangrijke ethische en religieuze kwesties en dat de onderlinge verschillen te groot zijn.

Juist nu glippen deze belangrijke ethische kwesties - die de christelijke partijen zo belangrijk vinden - hen door de vingers (natuurlijk is iedere burger uiteindelijk óók zelf verantwoordelijk voor zijn eigen daden). CDA en CU hebben deel uitgemaakt van een coalitie en moesten daarbij – zoals gebruikelijk – altijd concessies doen op belangrijke punten. Vraag: waarom wel concessies doen in coalitieverband en min of meer aan de zijlijn blijven staan en niet bij de vorming van een nieuwe christelijke partij, die meer impact (zetels) heeft? Waarom wél accepteren dat eigen standpunten uiteindelijk niet worden overgenomen door een coalitie en langzamerhand leven in een wereld, die – mede door de geringe rol van betekenis - steeds meer afstand neemt van die christelijke idealen? Kan dat anders?

Deze verkiezingen hebben de christelijke partijen samen 23 zetels behaald. In theorie net zoveel als D’66 (de tweede partij). Tóch zal zo’n nieuwe christelijke partij mogelijk ook weer stemmen verliezen, omdat een deel van de achterban zich niet meer zal herkennen in het partijprogramma. Aan de andere kant levert die partij waarschijnlijk ook weer nieuwe stemmers op, die zich juist wel (weer) herkennen in de christelijke politiek. Hoe lang willen de afzonderlijke christelijke partijen hun eigen achterban blijven bedienen, terwijl belangrijke ethische waarden allang uit hun vingers zijn geglipt? Deze strijd om de identiteit, lichaam en ziel van de burgers en hun beheersbaarheid zal in de toekomst – mede door corona - alleen maar toenemen.

We zijn op weg naar Pasen, waarin Jezus vlak voor zijn dood bad voor onderlinge eenheid van zijn volgelingen. Hij vond dat zo belangrijk, dat hij er in zijn doodsstrijd een heel gebed aan wijdde in plaats van voor zichzelf te bidden. Hij bad voor eenheid zonder voorwaarden en politieke speerpunten. Zijn levenslessen had hij in zijn dienstbare leven al voldoende meegegeven. Waarom dan toch – tegen beter weten in – vast blijven houden aan onderlinge verschillen? Om de achterban te plezieren of in de hoop dat de ogen van de samenleving op een dag massaal worden geopend? Natuurlijk kun je met één of enkele stemmen - als een roepende in de woestijn - ook je christelijke levensvisie met anderen delen en dienstbaar zijn. De vraag is of het zout zijn smaak niet heeft verloren.

Onder de christelijke stemmers is er mede door de felle protesten tegen de coronamaatregelen en (wereldwijde) complottheorieën al een lek van kiezers ontstaan richting andere radicalere partijen, zoals PVV, FvD en kleine rechtse splinterpartijen. Kunnen de huidige christelijke partijen, die kiezers ooit weer terug winnen? Een fusie van christelijke partijen zou niet alleen recht doen aan het gebed van Jezus, maar ook de christelijke politiek meer impact geven. Of hebben we bedenkingen tegen de kracht van dit Hogepriesterlijk gebed en zijn we bang dat het in de praktijk niet werkt?

De vraag is natuurlijk of dit gebed om eenheid óók bedoeld was voor de christelijke politiek of alleen voor de volgelingen van Jezus in Zijn Koninkrijk, dat alle andere koninkrijken overstijgt? Immers, ook zonder christelijke politiek en normen en waarden houdt dat Koninkrijk stand. Wij blijven daarom bidden, wat ook de samenstelling van de nieuwe regering zal zijn: ‘Uw Koninkrijk kome, Uw wil geschiede in de hemel alszo ook op aarde.’







Tijd voor politieke reformatie

Het blijft voor mij toch altijd weer een raadsel, waarom de christelijke partijen – juist in roerige tijden als deze - hun krachten niet bundelen om daarmee hun onderlinge verbondenheid te tonen. Zeker na de verkiezingsuitslag van vandaag: CDA stelt (zichzelf) teleur met 15 zetels, CU slechts 5 en SGP 3. De argumenten om niet te fuseren zijn vaak om een ‘unieke’ stem in Den Haag te laten horen over belangrijke ethische en religieuze kwesties en dat de onderlinge verschillen te groot zijn.

Juist nu glippen deze belangrijke ethische kwesties - die de christelijke partijen zo belangrijk vinden - hen door de vingers (natuurlijk is iedere burger uiteindelijk óók zelf verantwoordelijk voor zijn eigen daden). CDA en CU hebben deel uitgemaakt van een coalitie en moesten daarbij – zoals gebruikelijk – altijd concessies doen op belangrijke punten. Vraag: waarom wel concessies doen in coalitieverband en min of meer aan de zijlijn blijven staan en niet bij de vorming van een nieuwe christelijke partij, die meer impact (zetels) heeft? Waarom wél accepteren dat eigen standpunten uiteindelijk niet worden overgenomen door een coalitie en langzamerhand leven in een wereld, die – mede door de geringe rol van betekenis - steeds meer afstand neemt van die christelijke idealen? Kan dat anders?

Deze verkiezingen hebben de christelijke partijen samen 23 zetels behaald. In theorie net zoveel als D’66 (de tweede partij). Tóch zal zo’n nieuwe christelijke partij mogelijk ook weer stemmen verliezen, omdat een deel van de achterban zich niet meer zal herkennen in het partijprogramma. Aan de andere kant levert die partij waarschijnlijk ook weer nieuwe stemmers op, die zich juist wel (weer) herkennen in de christelijke politiek. Hoe lang willen de afzonderlijke christelijke partijen hun eigen achterban blijven bedienen, terwijl belangrijke ethische waarden allang uit hun vingers zijn geglipt? Deze strijd om de identiteit, lichaam en ziel van de burgers en hun beheersbaarheid zal in de toekomst – mede door corona - alleen maar toenemen.

We zijn op weg naar Pasen, waarin Jezus vlak voor zijn dood bad voor onderlinge eenheid van zijn volgelingen. Hij vond dat zo belangrijk, dat hij er in zijn doodsstrijd een heel gebed aan wijdde in plaats van voor zichzelf te bidden. Hij bad voor eenheid zonder voorwaarden en politieke speerpunten. Zijn levenslessen had hij in zijn dienstbare leven al voldoende meegegeven. Waarom dan toch – tegen beter weten in – vast blijven houden aan onderlinge verschillen? Om de achterban te plezieren of in de hoop dat de ogen van de samenleving op een dag massaal worden geopend? Natuurlijk kun je met één of enkele stemmen - als een roepende in de woestijn - ook je christelijke levensvisie met anderen delen en dienstbaar zijn. De vraag is of het zout zijn smaak niet heeft verloren.

Onder de christelijke stemmers is er mede door de felle protesten tegen de coronamaatregelen en (wereldwijde) complottheorieën al een lek van kiezers ontstaan richting andere radicalere partijen, zoals PVV, FvD en kleine rechtse splinterpartijen. Kunnen de huidige christelijke partijen, die kiezers ooit weer terug winnen? Een fusie van christelijke partijen zou niet alleen recht doen aan het gebed van Jezus, maar ook de christelijke politiek meer impact geven. Of hebben we bedenkingen tegen de kracht van dit Hogepriesterlijk gebed en zijn we bang dat het in de praktijk niet werkt?

De vraag is natuurlijk of dit gebed om eenheid óók bedoeld was voor de christelijke politiek of alleen voor de volgelingen van Jezus in Zijn Koninkrijk, dat alle andere koninkrijken overstijgt? Immers, ook zonder christelijke politiek en normen en waarden houdt dat Koninkrijk stand. Wij blijven daarom bidden, wat ook de samenstelling van de nieuwe regering zal zijn: ‘Uw Koninkrijk kome, Uw wil geschiede in de hemel alszo ook op aarde.’