Avondklok en fastfood

De avondklok is afgelopen shabbat (zaterdag) ingegaan met als doel de zware plaag van het coronavirus, die ons momenteel teistert, terug te dringen. Bij het lezen van de Thoratekst (Exodus 10-13) die - op diezelfde dag - wereldwijd in alle synagogen is voorgelezen, moest ik direct denken aan de ‘avondklok’, waaraan alle Israëlieten zich (weliswaar voor slechts één dag) in Egypte moesten houden in afwachting van hun vrijheid. Helemaal toen ik diezelfde avond met mijn zoontjes een snelle hap haalde bij een bekende fastfoodketen en ik me realiseerde dat de Israëlieten op de avond van hun uittocht ook alleen maar 'fastfood' mochten eten (o.a. ongegist brood). Alles bedoeld om Egypte snel te verlaten als God het teken gaf. Uit dit verhaal kunnen we veel wijze lessen leren.

De slavernij van de Israëlieten in dienst van de Farao werd steeds zwaarder; het volk trok het niet meer. De Farao – die als een God werd vereerd - was bang dat het volk te groot en sterk werd en liet hen onder steeds zwaardere omstandigheden hun werk uitvoeren. Ze werden steeds zwaarder gestraft als dat niet lukte. De economie van Egypte stond voorop. Mensenrechten – in ieder geval van het Joodse volk - waren daaraan ondergeschikt.

Mozes werd door God geroepen om zijn volk te bevrijden en naar het Beloofde land te brengen. Ieder verzoek van Mozes om God in de woestijn te aanbidden, werd door Farao afgewezen, omdat hij het volk nodig had voor de welvaart van Egypte. Mozes kondigde iedere ramp netjes aan, maar als die uitkwam was dat voor Farao geen reden om Gods hand te erkennen en tot inkeer te komen.

Zelfs als het land – met uitzondering van de Israëlieten - keihard werd getroffen door enorme plagen als hagel, sprinkhanen, pest en zelfs de dood van alle eerstgeborenen, kwam Farao terug op zijn besluit. Ook als zijn adviseurs hem smeekten om Israël maar te laten gaan. God verhardde Farao’s hart, zodat hij Israël bleef vasthouden. Daarom bleef God hem straffen voor zijn houding: de ene plaag overtrof de andere: de sprinkhanen vraten alles op wat de hagel nog niet had verwoest.

Soms leek het alsof Farao tot inkeer kwam – waarschijnlijk ook uit eigenbelang – omdat hij wilde voorkomen dat zijn land ten onder ging aan de zware plagen. Hij erkende zijn zonden uiteindelijk en smeekte Mozes dat God hem zou verlossen van de dodelijke plagen. Maar zodra de plaag was verdwenen, kwam Farao weer terug op zijn besluit. Mozes stond in nauw contact met God en zorgde voor nog meer plagen. Het verzoek om God in de woestijn te aanbidden werd door Farao volledig afgewezen.

Daarop kondigde Mozes de laatste plaag aan, die voor de uiteindelijke bevrijding zou zorgen: de dood van alle eerstgeborenen van de Egyptenaren. Deze plaag was óók bij de Israëlieten aangekondigd. Om beschermd te blijven, moest het volk van God in die nacht binnenblijven: de avondklok. Het niet houden aan de voorschriften zou ernstige gevolgen hebben. Israël voldeed aan alle regels en werd gespaard.

Farao joeg uit pure wanhoop en groot verdriet de Israëlieten het land uit, maar – toen hij zich realiseerde, dat zijn arbeidskapitaal was verdwenen – kwam hij daarop weer terug en zette uit winstbejag de achtervolging weer in. Het volk van God was op weg naar de vrijheid in het Beloofde Land, maar de reis er naartoe was vol moeilijkheden. Die waren zelfs zo erg, dat de meerderheid terugverlangde naar de slavernij in Egypte.

Mozes hield vol en legde zich niet neer bij de meerderheid (het land was nog geen democratie, maar stond onder directe leiding van God). Zijn gehoorzaamheid en geloof bracht Israël in veiligheid: God baande een weg door de Rietzee en verzwolg het Egyptische leger, dat de achtervolging had ingezet. Daarna volgende nog veertig moeilijke jaren in de woestijn, vanwege de rebellie van het volk tegen de wet van Mozes (Gods voorschriften voor een heilig en gezegend leven). Na vele omzwervingen mocht Israël - dankzij haar gehoorzaamheid tijdens die ene avondklok, de gehoorzaamheid van Mozes en ondanks de rebellie van het volk - zich in vrijheid vestigen in het Beloofde Land.

Lessen:

1. Onze avondklok is niet opgelegd door God, maar door onze regering, die binnen haar mogelijkheden zoekt naar de beste oplossingen om ons te bevrijden van de huidige plaag die de wereld ernstig heeft getroffen.

2. Hoewel het volk zwaar leed onder Farao, bleef het een eenheid en klaagde het alleen richting God. Hij verhoorde hun gebed en gebruikte de profeet Mozes en enorme rampen, die meewerkten aan hun bevrijding.

3. Het is goed om de wereld en politiek te blijven wijzen op de gevolgen van verkeerde keuzes; ook als zij ongevoelig zijn voor de gevolgen. Het inperken of verbieden van de vrijheid om God te aanbidden heeft - onder normale omstandigheden - altijd consequenties voor een land.

4. De rampen werden door Mozes iedere keer aangekondigd. Zo moeten ook wij de wereld blijven wijzen op de ‘tekenen der tijden’, die uiteindelijk – hoewel de wereld het (volgens de Bijbelse profetieën (lees: Openbaring) steeds zwaarder te verduren krijgt – leiden naar een totale bevrijding van Gods volk door Yeshua de Messias.

Avondklok en fastfood

De avondklok is afgelopen shabbat (zaterdag) ingegaan met als doel de zware plaag van het coronavirus, die ons momenteel teistert, terug te dringen. Bij het lezen van de Thoratekst (Exodus 10-13) die - op diezelfde dag - wereldwijd in alle synagogen is voorgelezen, moest ik direct denken aan de ‘avondklok’, waaraan alle Israëlieten zich (weliswaar voor slechts één dag) in Egypte moesten houden in afwachting van hun vrijheid. Helemaal toen ik diezelfde avond met mijn zoontjes een snelle hap haalde bij een bekende fastfoodketen en ik me realiseerde dat de Israëlieten op de avond van hun uittocht ook alleen maar 'fastfood' mochten eten (o.a. ongegist brood). Alles bedoeld om Egypte snel te verlaten als God het teken gaf. Uit dit verhaal kunnen we veel wijze lessen leren.

De slavernij van de Israëlieten in dienst van de Farao werd steeds zwaarder; het volk trok het niet meer. De Farao – die als een God werd vereerd - was bang dat het volk te groot en sterk werd en liet hen onder steeds zwaardere omstandigheden hun werk uitvoeren. Ze werden steeds zwaarder gestraft als dat niet lukte. De economie van Egypte stond voorop. Mensenrechten – in ieder geval van het Joodse volk - waren daaraan ondergeschikt.

Mozes werd door God geroepen om zijn volk te bevrijden en naar het Beloofde land te brengen. Ieder verzoek van Mozes om God in de woestijn te aanbidden, werd door Farao afgewezen, omdat hij het volk nodig had voor de welvaart van Egypte. Mozes kondigde iedere ramp netjes aan, maar als die uitkwam was dat voor Farao geen reden om Gods hand te erkennen en tot inkeer te komen.

Zelfs als het land – met uitzondering van de Israëlieten - keihard werd getroffen door enorme plagen als hagel, sprinkhanen, pest en zelfs de dood van alle eerstgeborenen, kwam Farao terug op zijn besluit. Ook als zijn adviseurs hem smeekten om Israël maar te laten gaan. God verhardde Farao’s hart, zodat hij Israël bleef vasthouden. Daarom bleef God hem straffen voor zijn houding: de ene plaag overtrof de andere: de sprinkhanen vraten alles op wat de hagel nog niet had verwoest.

Soms leek het alsof Farao tot inkeer kwam – waarschijnlijk ook uit eigenbelang – omdat hij wilde voorkomen dat zijn land ten onder ging aan de zware plagen. Hij erkende zijn zonden uiteindelijk en smeekte Mozes dat God hem zou verlossen van de dodelijke plagen. Maar zodra de plaag was verdwenen, kwam Farao weer terug op zijn besluit. Mozes stond in nauw contact met God en zorgde voor nog meer plagen. Het verzoek om God in de woestijn te aanbidden werd door Farao volledig afgewezen.

Daarop kondigde Mozes de laatste plaag aan, die voor de uiteindelijke bevrijding zou zorgen: de dood van alle eerstgeborenen van de Egyptenaren. Deze plaag was óók bij de Israëlieten aangekondigd. Om beschermd te blijven, moest het volk van God in die nacht binnenblijven: de avondklok. Het niet houden aan de voorschriften zou ernstige gevolgen hebben. Israël voldeed aan alle regels en werd gespaard.

Farao joeg uit pure wanhoop en groot verdriet de Israëlieten het land uit, maar – toen hij zich realiseerde, dat zijn arbeidskapitaal was verdwenen – kwam hij daarop weer terug en zette uit winstbejag de achtervolging weer in. Het volk van God was op weg naar de vrijheid in het Beloofde Land, maar de reis er naartoe was vol moeilijkheden. Die waren zelfs zo erg, dat de meerderheid terugverlangde naar de slavernij in Egypte.

Mozes hield vol en legde zich niet neer bij de meerderheid (het land was nog geen democratie, maar stond onder directe leiding van God). Zijn gehoorzaamheid en geloof bracht Israël in veiligheid: God baande een weg door de Rietzee en verzwolg het Egyptische leger, dat de achtervolging had ingezet. Daarna volgende nog veertig moeilijke jaren in de woestijn, vanwege de rebellie van het volk tegen de wet van Mozes (Gods voorschriften voor een heilig en gezegend leven). Na vele omzwervingen mocht Israël - dankzij haar gehoorzaamheid tijdens die ene avondklok, de gehoorzaamheid van Mozes en ondanks de rebellie van het volk - zich in vrijheid vestigen in het Beloofde Land.

Lessen:

1. Onze avondklok is niet opgelegd door God, maar door onze regering, die binnen haar mogelijkheden zoekt naar de beste oplossingen om ons te bevrijden van de huidige plaag die de wereld ernstig heeft getroffen.

2. Hoewel het volk zwaar leed onder Farao, bleef het een eenheid en klaagde het alleen richting God. Hij verhoorde hun gebed en gebruikte de profeet Mozes en enorme rampen, die meewerkten aan hun bevrijding.

3. Het is goed om de wereld en politiek te blijven wijzen op de gevolgen van verkeerde keuzes; ook als zij ongevoelig zijn voor de gevolgen. Het inperken of verbieden van de vrijheid om God te aanbidden heeft - onder normale omstandigheden - altijd consequenties voor een land.

4. De rampen werden door Mozes iedere keer aangekondigd. Zo moeten ook wij de wereld blijven wijzen op de ‘tekenen der tijden’, die uiteindelijk – hoewel de wereld het (volgens de Bijbelse profetieën (lees: Openbaring) steeds zwaarder te verduren krijgt – leiden naar een totale bevrijding van Gods volk door Yeshua de Messias.